De Hoge Raad heeft dinsdag de veroordeling van Willem Holleeder voor zijn bedreiging van misdaadverslaggever Peter R. de Vries bevestigd. Hij moet daarvoor het restant van een eerder voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van drie jaar uitzitten, naast de vier maanden cel die hij kreeg voor het bedreigen van De Vries in april 2013 bij diens huis.

Holleeder was bij het hoogste rechtscollege in cassatie gegaan tegen zijn straf van vier maanden cel en de daaraan gekoppelde drie jaar gevangenisstraf. Het hof bepaalde dat hij terug de cel in moest, omdat hij de voorwaarden voor zijn vrijlating begin 2012 had geschonden. In zijn proeftijd ging hij weer in fout met de bedreiging van De Vries.

Holleeder werd in 2009 veroordeeld tot negen jaar met aftrek van voorarrest voor onder meer deelname aan een criminele organisatie, afpersing, mishandeling en bedreiging. Hij kwam drie jaar later vrij na het uitzitten van twee derde van zijn straf, maar onder de voorwaarde dat hij in zijn proeftijd geen strafbaar feit zou plegen. In april 2013 deed De Vries aangifte van de bedreiging. Die is door het gerechtshof bewezen verklaard.

De Heinekenontvoerder stelde in cassatie dat het hof had kunnen besluiten slechts een deel van de resterende straf op te leggen. De Hoge Raad erkent dat, maar stelt dat de rechter speelruimte heeft om onafhankelijk te beslissen welk gedeelte van de voorwaardelijke straf alsnog moet worden uitgezeten. Dat kan ook het volledige restant van de voorwaardelijke straf zijn. De Hoge Raad laat daarom de beslissing van het hof in stand.

Holleeder zit sinds december 2014 in voorarrest op verdenking van het medeplegen van moord en deelname aan een criminele organisatie. Het Openbaar Ministerie vervolgt hem voor zijn vermeende rol bij zes liquidaties en twee pogingen daartoe, waaronder die op Cor van Hout (2003), vastgoedmagnaat Willem Endstra (2004), Kees Houtman (2005), John Mieremet (2005) en Thomas van der Bijl (2006).


Wat vind jij van dit bericht?

Facebook reacties (reageer ook!)